Directe democratie

Wij werken met een BOBmodel. Daarin worden onderwerpen eerst Beeldvormend besproken met zo veel mogelijk vertegenwoordigers uit de samenleving, vervolgens in een kleinere commissie Opiniërend behandeld en dan valt Besluitvorming in de raad, veelal als hamerstuk. Dit model bestaat per gratie van gedelegeerd werken als raadslid, want je kunt immers niet overal tezelfdertijd zijn.

imageDat model is natuurlijk prachtig maar de laatste tijd blijken sleutelfiguren in de daarbij behorende bijeenkomsten en commissies niet altijd aanwezig. Dat betekent dat in de raad de zaak dunnetjes wordt overgedaan: de sleutelfiguren beginnen vrolijk een opiniërend betoog en stellen technische vragen als nooit tevoren. Gedeelde presentaties zijn niet gedeeld, gedeelde discussies niet verhaald en gezamenlijk standpunten ontbreken meer en meer. Van puur jolijt doen steeds meer raadsleden mee en vergaderingen worden langer en langdradiger. De laatste keer vroeg een fractie zelfs een leespauze om te kunnen ontdekken wat zij zelf in een commissie precies hadden gevraagd als bespreekpunt in de raad.

De onderliggende samenhang in sommige fracties lijkt daarmee nu volledig verdwenen en dat effect wordt verder versterkt door afsplitsingen van afsplitsingen van afsplitsingen. Loopt de samenhang binnen fracties al dan niet sterk terug, nu wordt ook het onderling vertrouwen getart. En net als het mandaat van fractievoorzitters verdwijnt dus nu ook het mandaat van een fractiegenoot en dat maakt het BOBmodel nodeloos; het maakt consensus niet de uitkomst van dialoog maar van het toeval van een meerderheid van één en besturen gereduceerd tot het uitspreken van de wens als vader van de gedachte. Een directe democratie van de happy few.

 

Geplaatst op 11 april 2016